Dekking van alle Nederlandse glasvezelnetwerken

Actieve of passieve glasvezel: waarom Delta en KPN NetwerkNL anders zijn opgebouwd

Techniek in de meterkastMatthijs Huisman16 augustus 2026Bijgewerkt: 2 november 202612 min lezen

Gecontroleerd door Hieke Hulzebosch op 02-11-2026

Twee smaken glasvezel: een eigen lijn of een gedeelde lijn

Wanneer je een glasvezelabonnement afsluit, krijg je een verbinding via een flinterdunne glasvezel. Wat de meeste mensen niet weten, is dat de manier waarop die vezel van de wijkcentrale naar jouw meterkast loopt, op twee manieren kan zijn aangelegd. Je kunt een eigen, directe glasvezel hebben, of je deelt de hoofdaansluiting in de wijk met een aantal buren.

Inhoudsopgave
  1. Twee smaken glasvezel: een eigen lijn of een gedeelde lijn
  2. Point-to-Point (P2P): je eigen glasvezel tot aan de wijkcentrale
  3. De voordelen van P2P
  4. De nadelen van P2P
  5. Wie gebruikt P2P?
  6. PON glasvezel: de standaard voor de meeste netwerken
  7. Hoe werkt een pON-netwerk?
  8. De verschillende soorten PON: GPON en XGS-PON
  9. De vergelijking: P2P, GPON en XGS-PON naast elkaar
  10. Wat merk je in de praktijk van het verschil?
  11. Snelheid en drukte in de avond
  12. Symmetrische snelheden
  13. Keuzevrijheid van providers
  14. Is de ene techniek beter dan de andere?
  15. Wat je nu doet
  16. Veelgestelde vragen

De techniek met een eigen vezel per woning heet Point-to-Point, vaak afgekort tot P2P. De techniek waarbij je een vezel deelt, heet een Passief Optisch Netwerk, ofwel PON. De meeste glasvezelnetwerken in Nederland, zoals die van KPN NetwerkNL en Open Dutch Fiber, gebruiken een vorm van PON glasvezel. Het netwerk van Delta Fiber is van oudsher juist een P2P-netwerk. Beide technieken hebben voor- en nadelen die invloed hebben op de kosten van de aanleg, de prestaties en de toekomstige mogelijkheden.

Voor jou als gebruiker is het goed om het verschil te kennen, omdat het verklaart waarom de ene provider andere snelheden kan aanbieden dan de andere. Het bepaalt de technische basis van je internetverbinding.

Point-to-Point (P2P): je eigen glasvezel tot aan de wijkcentrale

Point-to-Point is de meest directe vorm van een glasvezelverbinding. Vanaf de wijkcentrale, het knooppunt van de provider, loopt er één unieke, ononderbroken glasvezel rechtstreeks naar jouw woning. Je deelt deze vezel met niemand. Je kunt het vergelijken met een eigen oprit van je huis rechtstreeks naar de hoofdweg, zonder dat je een pad met de buren hoeft te delen.

Deze architectuur wordt ook wel ‘actieve glasvezel’ genoemd. Dat komt doordat de apparatuur in de wijkcentrale (de ‘switch’) elke individuele aansluiting actief moet aansturen. Elk huis heeft zijn eigen poort op die switch. Dit staat in contrast met de ‘passieve’ splitter die bij een PON-netwerk in de wijk staat.

De voordelen van P2P

Een eigen glasvezel per woning heeft een aantal technische voordelen:

  • Gegarandeerde symmetrische snelheid: Omdat je de verbinding niet deelt, is de capaciteit volledig voor jou. Als je een abonnement van 1.000 Mb/s hebt, is die snelheid zowel voor downloaden als uploaden volledig beschikbaar, ongeacht wat je buren doen.
  • Stabiele prestaties: De verbinding is ongevoelig voor het internetgebruik van anderen in de straat. Zelfs als al je buren tegelijkertijd 4K-films streamen en grote bestanden downloaden, heeft dit geen enkele invloed op jouw snelheid.
  • Eenvoudig op te waarderen: Wil de provider in de toekomst hogere snelheden aanbieden, zoals 25.000 Mb/s (25 Gb/s)? Dan hoeven ze in principe alleen de apparatuur in de wijkcentrale en in jouw meterkast te vervangen. De glasvezel zelf kan de hogere snelheden al aan.

De nadelen van P2P

De techniek heeft ook een paar nadelen, die vooral voor de netwerkbeheerder van belang zijn:

  • Hogere aanlegkosten: Er is veel meer glasvezelkabel nodig. Voor een straat met dertig huizen moeten er ook dertig aparte vezels van de wijkcentrale naar die straat worden gelegd. Dit maakt de aanleg duurder.
  • Meer ruimte nodig: In de wijkcentrale is voor elke aansluiting een aparte poort nodig. Een wijkcentrale voor duizenden woningen heeft dus ook duizenden poorten nodig, wat veel ruimte en energie kost.

Wie gebruikt P2P?

In Nederland is Delta de bekendste partij die op grote schaal een P2P-netwerk heeft aangelegd. Ook veel kleinere, lokale glasvezelinitiatieven en zakelijke glasvezelnetwerken gebruiken deze techniek vanwege de robuustheid. Heb je een glasvezelaansluiting van Delta, dan is de kans groot dat je een eigen, actieve verbinding hebt.

Voor jou betekent dit dat je een technisch zeer solide verbinding hebt. De keuze voor providers op dit netwerk kan soms iets beperkter zijn, maar de prestaties zijn gegarandeerd en stabiel.

PON glasvezel: de standaard voor de meeste netwerken

Een Passief Optisch Netwerk, of PON, is de meest gebruikte techniek voor de aanleg van glasvezel in woonwijken. Het is de architectuur die je vindt bij grote glasvezelnetwerken in Nederland zoals dat van KPN NetwerkNL en Open Dutch Fiber, waar providers als Odido, Budget Thuis en vele anderen gebruik van maken.

Bij een PON-netwerk vertrekt er vanuit de wijkcentrale één enkele glasvezel naar een wijk. In een straatkast of onder de grond zit een ‘passieve splitter’. Dit is een klein kastje met een prisma dat het lichtsignaal van die ene vezel splitst naar meerdere uitgaande vezels, die elk naar een woning gaan. Meestal worden 16, 32 of soms 64 woningen op één zo’n splitter aangesloten. De splitter zelf heeft geen stroom nodig, vandaar de naam ‘passief’.

1Wijkcentrale (OLT)Vanuit hier vertrekt éénglasvezel voor een hele straat ofwijk.2Passieve splitterIn een straatkast wordt hetlichtsignaal zonder stroomverdeeld.3Jouw woning (ONT)De vezel komt je huis binnen ophet glasvezelkastje (ONT).
De opbouw van een passief glasvezelnetwerk (PON)

Hoe werkt een pON-netwerk?

Omdat je de hoofdvezel deelt, is er een slim systeem nodig om te zorgen dat het dataverkeer van alle aangesloten woningen elkaar niet in de weg zit. Dit werkt als volgt:

  • Downloaden: Het downloadverkeer wordt vanuit de wijkcentrale (de OLT, of Optical Line Terminal) naar alle aangesloten huizen op de splitter gestuurd. Jouw glasvezelkastje in de meterkast (de ONT, of Optical Network Terminal) is echter slim genoeg om alleen de datapakketjes eruit te pikken die voor jou bestemd zijn. De rest wordt genegeerd.
  • Uploaden: Voor het uploaden krijgen alle aangesloten huizen van de OLT een eigen, heel kort tijdslot toegewezen waarin ze data mogen sturen. Dit gebeurt duizenden keren per seconde. Hierdoor ‘praten’ de verschillende aansluitingen niet door elkaar heen en wordt de beschikbare uploadcapaciteit eerlijk verdeeld.

Dit systeem zorgt ervoor dat je, ondanks de gedeelde vezel, toch een eigen, afgeschermde verbinding ervaart. Je kunt het dataverkeer van je buren niet zien en zij dat van jou niet.

De verschillende soorten PON: GPON en XGS-PON

PON is een overkoepelende term en er zijn verschillende generaties van. De twee belangrijkste die je in Nederland tegenkomt zijn GPON en de nieuwere standaard XGS-PON.

GPON (Gigabit PON)
Dit was lange tijd de standaard voor PON glasvezel. GPON heeft een totale gedeelde capaciteit van ongeveer 2,5 Gb/s voor downloaden en 1,25 Gb/s voor uploaden. Deze capaciteit wordt verdeeld over alle aangesloten huishoudens. Omdat de uploadcapaciteit lager is dan de downloadcapaciteit, waren de eerste glasvezelabonnementen op GPON-netwerken vaak asymmetrisch. Je kreeg dan bijvoorbeeld 1.000 Mb/s downloadsnelheid, maar ‘slechts’ 500 Mb/s uploadsnelheid. Voor de meeste gebruikers was dit meer dan genoeg, maar het was een duidelijk verschil met P2P-netwerken.

XGS-PON (10 Gigabit Symmetrical PON)
Dit is de nieuwste generatie die nu op grote schaal wordt uitgerold door netwerkbeheerders. Zoals de naam al aangeeft, biedt XGS-PON een gedeelde capaciteit van 10 Gb/s die volledig symmetrisch is: 10 Gb/s voor downloaden én 10 Gb/s voor uploaden. Dit is een enorme sprong voorwaarts. Het stelt providers in staat om abonnementen aan te bieden met snelheden van 2.000 Mb/s, 4.000 Mb/s of zelfs 8.000 Mb/s, zowel voor downloaden als uploaden.

Met XGS-PON is het belangrijkste nadeel van PON, de beperkte en asymmetrische capaciteit, grotendeels opgelost. De totale capaciteit is zo groot dat zelfs met 32 buren de kans op merkbare vertraging minimaal is geworden. Dit is de techniek die KPN nu gebruikt voor nieuwe aanleg en upgrades. Het laat zien hoe het licht in je huis op een steeds efficiëntere manier wordt ingezet voor sneller internet.

De vergelijking: P2P, GPON en XGS-PON naast elkaar

Om de verschillen duidelijk te maken, hebben we de eigenschappen van de drie technieken in een tabel gezet. Dit helpt je om de architectuur van de netwerken te begrijpen.

KenmerkPoint-to-Point (P2P)GPONXGS-PON
ArchitectuurEigen, ongedeelde vezelGedeelde vezel (tot 64 adressen)Gedeelde vezel (tot 64 adressen)
Type verbindingActief (switch in wijkcentrale)Passief (splitter in de wijk)Passief (splitter in de wijk)
Totale bandbreedte (gedeeld)N.v.t. (per aansluiting)2,5 Gb/s down, 1,25 Gb/s up10 Gb/s down, 10 Gb/s up
Maximale snelheid (abonnement)Symmetrisch, vaak tot 8 Gb/sMeestal asymmetrisch, tot 1 Gb/sSymmetrisch, tot 8 Gb/s
UpgradepadEenvoudig (apparatuur wisselen)Upgrade naar XGS-PON nodigHuidige standaard, opvolgers in ontwikkeling
Gebruikt door (o.a.)Delta Fiber, zakelijke netwerkenKPN NetwerkNL (oudere netwerken)KPN NetwerkNL (nieuw), Open Dutch Fiber, Delta Fiber (nieuw)

Deze tabel laat zien dat P2P en XGS-PON qua prestaties voor de eindgebruiker steeds dichter bij elkaar komen te liggen. Waar GPON duidelijk beperkingen had in de uploadsnelheid, heeft XGS-PON dit nadeel weggenomen.

Wat merk je in de praktijk van het verschil?

De technische architectuur is interessant, maar de belangrijkste vraag is: wat betekent dit voor jouw dagelijkse internetervaring? Het antwoord hangt af van een paar factoren.

Snelheid en drukte in de avond

Het grootste theoretische nadeel van een gedeelde PON-verbinding is ‘contention’: de kans dat je verbinding trager wordt omdat je buren de lijn zwaar belasten. Als meerdere mensen op dezelfde splitter tegelijkertijd grote bestanden downloaden, back-ups maken naar de cloud en 8K-video streamen, moeten ze de beschikbare 10 Gb/s van XGS-PON delen.

In de praktijk is de kans dat je hier iets van merkt echter heel klein. Netwerkbeheerders houden rekening met piekgebruik en zorgen voor voldoende overcapaciteit. De 10 Gb/s die je deelt, is zo’n enorme hoeveelheid data dat er voor een normaal huishouden vrijwel altijd genoeg bandbreedte over is. De kans is groter dat een trage verbinding wordt veroorzaakt door je wifi-netwerk, je computer of de server aan de andere kant van de wereld dan door je buren.

Bij een P2P-aansluiting is dit risico er helemaal niet. Jouw snelheid is volledig onafhankelijk van wat de rest van de straat doet. Dit geeft een extra stukje zekerheid, wat vooral voor professionele gebruikers of gamers belangrijk kan zijn.

Symmetrische snelheden

Voor P2P-netwerken is symmetrische snelheid de norm. De capaciteit is er en wordt niet gedeeld. Bij PON-netwerken was dit lange tijd anders. Met de komst van XGS-PON is dit verschil echter zo goed als verdwenen. Zowel KPN als Delta bieden nu via hun nieuwste netwerken multi-gigabit abonnementen aan waarbij de download- en uploadsnelheid gelijk zijn.

Het is dus niet meer zo dat een P2P-netwerk per definitie een betere uploadsnelheid biedt. De specifieke generatie van het netwerk (GPON of XGS-PON) is hierin een belangrijkere factor geworden.

Keuzevrijheid van providers

De meeste glasvezelnetwerken in Nederland zijn open. Dit betekent dat de eigenaar van het netwerk (zoals KPN NetwerkNL of Delta Fiber) ook andere providers toelaat op zijn netwerk. De technische opzet, P2P of PON, maakt voor jou als klant niet direct uit voor de keuzevrijheid. De providers die je kunt kiezen, hangen af van de commerciële afspraken die zij met de netwerkeigenaar hebben gemaakt.

Het is dus altijd verstandig om te controleren welke providers er op jouw adres leveren. Dit kan sterk verschillen per postcode. De ene straat heeft alleen toegang tot het KPN-netwerk, terwijl een nieuwbouwwijk een paar kilometer verderop misschien alleen een aansluiting van Delta Fiber heeft. Met onze glasvezel vergelijker zie je direct welke opties je hebt.

Is de ene techniek beter dan de andere?

Op papier is een Point-to-Point netwerk technisch superieur. Een eigen, directe lijn zonder gedeelde componenten is de meest robuuste en toekomstvaste oplossing die je kunt hebben. Er is geen enkele afhankelijkheid van het gedrag van je buren.

In de praktijk is het verschil voor de meeste consumenten echter verwaarloosbaar geworden, zeker met de komst van XGS-PON. Deze technologie biedt zoveel capaciteit dat de nadelen van het delen van een vezel voor 99% van de gebruikers onmerkbaar zijn. De snelheden die mogelijk zijn op XGS-PON zijn vergelijkbaar met die op P2P-netwerken.

De keuze tussen de technieken is er een die de netwerkbeheerder maakt, gebaseerd op kosten, efficiëntie en schaalbaarheid. Voor jou als eindgebruiker is de belangrijkste vraag niet of het P2P of PON is, maar welke snelheden er op jouw adres beschikbaar zijn en welke provider het beste aanbod heeft voor jouw wensen.

Wat je nu doet

Het technische verschil tussen P2P en PON is interessant, maar het hoeft je keuze niet ingewikkeld te maken. Volg deze stappen om de juiste beslissing te nemen:

  1. Doe een postcodecheck. De eerste en belangrijkste stap is controleren welke netwerken er op jouw adres beschikbaar zijn. Dit bepaalt de onderliggende techniek en de providers waaruit je kunt kiezen.
  2. Vergelijk de abonnementen. Zodra je weet welk netwerk er ligt, kun je de beschikbare abonnementen vergelijken op snelheid, prijs en extra’s zoals televisie. Focus op wat je echt nodig hebt; voor de meeste huishoudens is 1.000 Mb/s al meer dan genoeg.
  3. Kijk niet alleen naar de techniek. Staar je niet blind op P2P versus PON. De kwaliteit van de provider, de klantenservice en de stabiliteit van het netwerk als geheel zijn in de praktijk vaak belangrijker dan de precieze architectuur in de grond.

Uiteindelijk is de beste glasvezelverbinding de verbinding die stabiel is, de snelheid levert die je nodig hebt en past binnen je budget, ongeacht de exacte technologie die ervoor wordt gebruikt.

Veelgestelde vragen

Is mijn internet langzamer omdat ik PON glasvezel heb en mijn buren veel downloaden?

In theorie is dit mogelijk, maar in de praktijk is de kans heel klein. Moderne PON-netwerken (XGS-PON) hebben een gedeelde capaciteit van 10.000 Mb/s. Dit is zoveel bandbreedte dat er zelfs tijdens piekuren, als veel buren online zijn, vrijwel altijd genoeg snelheid overblijft voor iedereen. Een trage verbinding wordt vaker veroorzaakt door je wifi, computer of de website die je bezoekt.

Waarom biedt Delta soms hogere snelheden dan KPN, of andersom?

Dit hangt af van de netwerktechnologie op een specifieke locatie. Delta gebruikt van oudsher een P2P-netwerk, wat hoge symmetrische snelheden makkelijk maakt. KPN rolt nu op grote schaal XGS-PON uit, wat vergelijkbare multi-gigabit snelheden mogelijk maakt. Welke provider de hoogste snelheid aanbiedt, kan per wijk verschillen en hangt af van de moderniteit van het lokale netwerk en de commerciële abonnementen.

Kan ik zelf kiezen tussen een P2P- en een PON-aansluiting?

Nee, je kunt als consument niet zelf de onderliggende techniek kiezen. De keuze is al gemaakt door de netwerkbeheerder die de glasvezel in jouw wijk heeft aangelegd. Via een postcodecheck zie je welk netwerk (en dus welke techniek) op jouw adres beschikbaar is. Soms heb je geluk en liggen er twee netwerken, maar meestal ben je gebonden aan de aanwezige infrastructuur.

Wat is het belangrijkste verschil tussen GPON en XGS-PON?

Het grootste verschil is de capaciteit en symmetrie. GPON biedt een gedeelde capaciteit van 2,5 Gb/s download en 1,25 Gb/s upload, wat vaak leidde tot asymmetrische abonnementen. XGS-PON is de opvolger en biedt een veel hogere, symmetrische capaciteit van 10 Gb/s voor zowel downloaden als uploaden. Dit maakt multi-gigabit abonnementen met gelijke up- en downloadsnelheden mogelijk.

Is ‘actieve glasvezel’ hetzelfde als P2P?

Ja, in de context van consumentenaansluitingen betekenen deze termen meestal hetzelfde. De term ‘actief’ verwijst naar de actieve apparatuur in de wijkcentrale die elke verbinding individueel aanstuurt. Dit is kenmerkend voor een Point-to-Point (P2P) netwerk, waarbij elk huis een eigen, directe verbinding heeft. PON-netwerken gebruiken daarentegen een ‘passieve’ splitter in de wijk.

Zet ons vast als bron in Google
Geschreven doorMatthijs HuismanTechredacteur

Matthijs vertaalt de techniek achter glasvezel naar gewone taal. Hij legt uit wat er tussen de wijkcentrale en je meterkast gebeurt, waarom een symmetrische upload in de praktijk zo veel uitmaakt en waar de winst blijft steken als je wifi niet meegroeit met je aansluiting. Hij test elk jaar zelf een aantal verbindingen om de beloofde snelheden tegen de gemeten snelheden te leggen.

LinkedIn